Header

Specifieke regels voor motorrijders

Plaats op de rijbaan

Op een rijbaan die niet verdeeld is in rijstroken, mag een motorrijder op de volledige breedte van de rijbaan rijden als het om een weg met eenrichtingsverkeer in zijn rijrichting gaat. Bij tweerichtingsverkeer mag hij de helft van de breedte langs de rechterzijde innemen.

Op een rijbaan die verdeeld is in rijstroken, mag een motorrijder de volledige breedte van zijn rijstrook gebruiken.

Om de plaats van de motorrijder te bepalen moet het geheel van het voertuig, de bestuurder, de passagier en de lading in aanmerking genomen worden.

De rijbewegingen die de motorrijder uitvoert op het gedeelte van de rijbaan dat hij mag innemen, worden niet als manoeuvres beschouwd en vereisen geen gebruik van de richtingaanwijzers. De motorrijder mag echter geen hinder veroorzaken voor achterliggers die begonnen zijn met inhalen.

Tussen de rijstroken rijden

Bij vertraagd of stilstaand verkeer mag een motorrijder andere voertuigen tussen twee rijstroken voorbijrijden (‘filefilteren’). Hij mag daarbij niet sneller rijden dan 50 km/u en hij mag niet meer dan 20 km/u sneller rijden dan de andere voertuigen. Op autosnelwegen en autowegen moet hij altijd tussen de twee meest links gelegen rijstroken rijden. 

Parkeren

Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen loodrecht op de rand van de rijbaan parkeren, voor zover ze daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden.

Motorfietsen mogen ook buiten de rijbaan en de parkeerzones opgesteld worden als zij het verkeer van de andere weggebruikers niet hinderen of onveilig maken.

Wanneer meer dan één motorfiets binnen een afgebakend parkeervak bedoeld voor één auto wordt geparkeerd, moet voor dat parkeervak slechts één keer betaald worden.

Lichten

Een motorfietser moet altijd zijn dimlicht en rode achterlicht aan hebben, ook overdag.

Vervoer van kinderen

Kinderen jonger dan 3 jaar mogen op geen enkele motorfiets vervoerd worden.

Kinderen van 3 tot 8 jaar mogen enkel vervoerd worden op een motorfiets van maximaal 125cc, en op voorwaarde dat ze in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem zitten.

Uitzondering: kinderen jonger dan 8 jaar mogen op een motorfiets met een hogere cylinderinhoud worden vervoerd als zij in de zijspan zitten, in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem.

Valhelm en beschermende kleding

Motorrijders en hun passagiers moeten altijd een valhelm dragen, behalve als het voertuig een passagiersruimte heeft en de bestuurder en passagier(s) op wettelijke wijze de veiligheidsgordel dragen of de passagiers vervoerd worden in een kinderbeveiligingssysteem. Bestuurders of passagiers die volgens de wet vrijgesteld zijn van de gordelplicht, moeten wel een valhelm dragen.

De valhelm moet gehomologeerd zijn.

Daarnaast moeten motorrijders en hun passagiers verplicht de volgende kledij dragen:

  • handschoenen;
  • een jas met lange mouwen;
  • een lange broek of een overall;
  • laarzen of bottines die de enkels beschermen.

Let op: dit zijn de wettelijke minimumvereisten. Omwille van de veiligheid is het sterk aan te raden om oogbescherming te dragen (indien de helm geen ingebouwd vizier heeft), een beschermend motorvest met protectiemateriaal voor de schouders, rug en ellebogen, speciale motorhandschoenen en een beschermende broek met protectiemateriaal ter hoogte van het zitvlak en de knieën. Ook gehoorbescherming wordt aangeraden.

Motorrijders in groep

Motorrijders in groep mogen binnen één rijstrook geschrankt rijden in twee evenwijdige rijen, op voorwaarde dat ze onderling een voldoende grote veiligheidsafstand aanhouden. Wanneer de rijbaan niet verdeeld is in rijstroken, mogen ze niet meer dan de helft van de rijbaan in beslag nemen. Als het daarbij niet mogelijk is om tegenliggers te kruisen, moeten ze achter elkaar gaan rijden.

Groepen van meer dan 50 motorrijders moeten vergezeld worden door minstens twee wegkapiteins. Groepen van 15 tot 50 deelnemers mogen vergezeld zijn van minstens twee wegkapiteins, maar dat is niet verplicht.

De wegkapiteins waken over het goede verloop van de tocht. Ze moeten ten minste 25 jaar oud zijn en een retro-reflecterende veiligheidsvest dragen, met op de rugzijde in zwarte letters het woord ‘wegkapitein’.

De wegkapiteins moeten een verkeersbord van het type C3 bij zich hebben (witte schijf met rode rand). Met dat bord mogen ze op kruispunten zonder verkeerslichten het verkeer stilleggen om de groep te laten doorrijden.



Bestuurders en passagiers

Een motorfiets mag niet meer personen vervoeren dan het aantal waarvoor er zitplaatsen ingericht zijn.

Motorrijders en hun passagiers mogen niet in ‘amazonezit’ op de motorfiets zitten. De passagier van een motorfiets moet zijn voeten op de voetsteunen hebben.

Busstroken en bijzondere overrijdbare beddingen

Motorrijders mogen in busstroken en op bijzondere overrijdbare beddingen rijden, op voorwaarde dat het symbool van een motor is aangebracht op het bord dat de busstrook of bijzondere overrijdbare bedding aanduidt, of op een onderbord.