Header

Regels en uitzonderingen gordel

Algemene regels

  • Bestuurders en passagiers moeten de veiligheidsgordel dragen op de plaatsen die ermee zijn uitgerust.
  • Kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 1,35 m moeten worden vervoerd in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem.
  • Kinderen jonger dan 18 jaar die 1,35 m of groter zijn, moeten worden vervoerd in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem óf de gordel dragen. 

Uitzonderingen

Je moet geen gordel dragen:

  • als je achteruit rijdt;
  • als je om ernstige medische redenen een vrijstelling hebt gekregen, afgeleverd door de minister voor Verkeer (dat kan enkel in zeer uitzonderlijke gevallen);
  • als je op een plaats zit waar geen gordel voorzien is, bijvoorbeeld in sommige autocars of oldtimers. Let op! Er zijn in dat geval wel specifieke regels voor het vervoer van kinderen.

Er bestaan nog enkele specifieke uitzonderingen voor onder meer taxichauffeurs, bestuurders van prioritaire voertuigen en beambten van De Post.