Header

Kerncijfers

Op tien jaar tijd is het dodental onder motorrijders in Vlaanderen met bijna de helft gedaald. Toch blijven motorrijders een kwetsbare groep in het verkeer. Dat heeft te maken met het feit dat ze geen beschermend koetswerk om zich heen hebben, terwijl ze toch hoge snelheden kunnen halen. Door hun smalle profiel worden ze bovendien minder goed opgemerkt door andere weggebruikers.

  • Motorrijders lopen een bijzonder hoog risico in het verkeer, ongeacht of dat risico wordt veroorzaakt door andere weggebruikers of door de motorrijder zelf.

  • Per afgelegde kilometer lopen motorrijders het hoogste risico van alle weggebruikers om in een letselongeval betrokken te geraken of daarbij gewond/gedood te raken.

  • Motorrijders leggen ongeveer 1 % van alle voertuigkilometers af, maar maken 5 % uit van alle verkeersslachtoffers, 11 % van alle zwaargewonden en 13 % van alle verkeersdoden in Vlaanderen (FOD Economie 2016, basis = ongevallencijfers 2015).

  • Per afgelegde kilometer loopt een motorrijder 57 keer meer risico dan een automobilist om zwaargewond te raken of te sterven bij een verkeersongeval (BIVV 2014).

  • In 2016 telde Vlaanderen 30 doden ter plaatse en 1511 gewonden onder motorrijders (BIVV Verkeersveiligheidsbarometer 2016).

  • Op tien jaar tijd, tussen 2007 en 2016, daalde het dodental bij motorrijders met bijna de helft (van 56 naar 30 doden ter plaatse, een daling met -46 %) (BIVV Verkeersveiligheidsbarometer 2016).

  • Het aantal gewonden daalde tussen 2007 en 2016 met ongeveer een kwart (van 2041 naar 1511, -26 %), terwijl het aantal letselongevallen met motorrijders met -22 % afnam (van 2032 naar 1524) (BIVV Verkeersveiligheidsbarometer 2016).

  • Het aantal slachtoffers onder motorrijders in Vlaanderen blijft het hele jaar door ongeveer constant. Het aantal zwaargewonden neemt wel toe tussen maart en oktober (FOD Economie).

  • 1 op 3 (35 %) van alle motorongevallen in België gebeurt zonder tegenpartij (eenzijdige ongevallen)
    • Deze ongevallen gebeuren voornamelijk in een bocht (58 % van alle eenzijdige ongevallen met motorrijders).
    • In 90 % van alle eenzijdige motorongevallen ligt de hoofdoorzaak van het ongeval bij de motorrijder zelf.
    • In slechts 7 % van de gevallen is er een externe hoofdoorzaak (bv. een put in het wegdek) (BIVV 2013).

  • Bij 2 op 3 (65 %) van de motorongevallen in België is een tegenpartij betrokken.
    • Bij die ongevallen ligt in 38 % van de gevallen de hoofdoorzaak geheel of voornamelijk bij de motorrijder zelf.
    • in 62 % van de gevallen ligt de hoofdoorzaak geheel of voornamelijk bij de andere weggebruiker.
    • 42 % van de ongevallen met tegenpartij gebeuren op kruispunten,
    • 17 % bij het uitrijden van een privé-eigendom en
    • 13 % in een bocht (BIVV 2013).

  • Bij 50 % van alle dodelijke ongevallen is snelheid van de motorrijder de doorslaggevende factor, hetzij omdat de motorrijder de controle over het stuur verliest, hetzij omdat hij niet kan remmen voor een noodsituatie, of omdat hij omwille van de snelheid minder goed zichtbaar is voor andere weggebruikers (BIVV 2013).

  • Het dragen van een motorhelm vermindert het risico op overlijden bij een ongeval met 42 % en het risico op hoofdletsels met 69 % (Liu et al, 2008).

  • Het dragen van beschermende uitrusting (motorvest of -pak, laarzen, handschoenen) vermindert beduidend het risico op letsel bij een ongeval. Het dragen van motorlaarzen vermindert het risico op voet- of enkelletsels met 53 % in vergelijking met gewone schoenen of sportschoenen (De Rome et al, 2011).