Header

Een veilige volgafstand: de 'tweesecondenregel'

Hoe sneller je rijdt, hoe meer volgafstand je moet laten tussen jezelf en je voorligger. Als je te dicht achter je voorligger rijdt, riskeer je een kop-staartaanrijding. Voldoende afstand houden is dus de boodschap (en bovendien wettelijk verplicht!).

Vuistregel: hou minstens 2 seconden afstand of zing:”Last night a DJ saved my life”

  1. Kies een duidelijk herkenningspunt langs de weg, bijvoorbeeld een verlichtingspaal.
  2. Zodra je voorligger de verlichtingspaal voorbijrijdt, tel je 2 seconden (“eenentwintig, tweeëntwintig”). Of zing je het bekende discorefreintje ‘Last night a DJ saved my life’, dat duurt exact even lang!
  3. Rij je ná die 2 seconden, of als je uitgezongen bent, zelf voorbij de verlichtingspaal, dan rij je op een veilige afstand. Ben je eerder bij de paal, dan rij je te dicht achter je voorligger.
  4. Op een nat wegdek tel je een seconde extra, de ‘driesecondenregel’. Want bij een nat wegdek is je remafstand groter en moet je verder van je voorligger blijven. In dat geval zing je bijvoorbeeld ‘Last night a DJ saved my life from a broken heart’.

 

Dé redenen waarom je voldoende afstand van je voorligger moet houden

  • Weet dat je in alle omstandigheden moet kunnen stoppen voor een hindernis die je kan voorzien of als je voorligger een noodstop maakt.
  • Je stopafstand is afhankelijk van de tijd die je nodig hebt om te reageren, de staat van je remmen, banden en het wegdek.

 

Tips: Wanneer méér afstand laten van je voorligger?

1.      Als het wegdek glad kan zijn: nat wegdek, ijs, sneeuw, rijmplekken, modder of olie op de weg.

2.      Als de zichtbaarheid niet goed is: mist, regen, nevel of stof.

3.      Als er motorrijders voor je rijden.

4.      Als je achter bussen, vrachtwagens of andere voertuigen rijdt van waaruit de chauffeur jou moeilijk kan zien (dode hoeken!).

5.      Als je achter prioritaire voertuigen rijdt met hun zwaailichten of sirene in werking.

6.      Als iemand jou wil inhalen en voor jou ruimte nodig heeft om weer in te voegen.

7.      Als een achterligger te dicht rijdt.

8.      Als je zwaar geladen bent of met een aanhangwagen rijdt.

9.      Bij het naderen van een overweg.

10.   In werfzones of op onbekend terrein.

Relevante artikels